Drijfveren

nieuws



Nieuws 



15 september 2020

Rosa Lazarus

Wie was Rosa Lazarus? Ik kende alleen haar mooie naam. Over de andere zeven onderduikers van Binne Roorda hoorde ik veel verhalen, maar ik wist niets van haar.

Rosa Lazarus - De Onzichtbare VrouwDe Duitse onderzoeker Farschid Ali Zahedi bracht daar verandering in. Na jaren van samenwerking en onderzoek gaf hij haar een gezicht in de film: Rosa – een onzichtbare vrouw. Ik ben blij dat ik je mag uitnodigen voor het bekijken van deze documentaire. Het is een verhaal dat gaat over het leven en overleven van een Joodse vrouw in de Tweede Wereldoorlog, maar ook over haar leven ervoor en erna. Ze werd geboren in Stapelmoor, in Oostfriesland, vluchtte voor de nazi’s naar Nederland en kwam wonderlijk genoeg bij mijn grootvader Binne terecht.
Voel je welkom bij de première van de film Rosa – een onzichtbare vrouw!

1 oktober 2020 om 19.30 uur in de Synagoge Groningen,
Folkingestraat 60, Groningen.                                                                                                
Toegang is gratis
(Vooraf reserveren bij de synagoge op reserveren@synagogegroningen.nl)
Oldenburg
Kijk ook op de agenda van de Synagoge.
Bekijk eerdere berichten over mijn samenwerking met Farschid:
Op Youtube
Op mijn site: januari 2019 , augustus 2018



9 september 2020

Loenen

Een heilige ruimteHet voelt als een heilige ruimte, een kathedraal in de open lucht, waar je vanzelf zachter gaat praten. Voor mijn voeten ligt een eenvoudige witte steen, waar Ds. B. ROORDA op staat. Om mij heen torenen als wachters enorme sparren met hangende takken. Daarboven is de blauwe lucht met voorbij drijvende witte wolken. Het is stil, tussen de bomen en in mij. Oom Philip had gelijk, er was geen mooier plekje waar hij zijn vader kon wensen, ‘indrukwekkend en toch heel eenvoudig’. Ik ben in Loenen op de erebegraafplaats en ik voelde mij niet eerder zo dicht bij mijn grootvader Binne.


In Loenen herbegravenEr staat Ds voor zijn naam, zo nu en dan krijg ik de vraag: Binne Roorda was toch onderwijzer en geen dominee? Dat klopt, maar in januari 1945 mocht hij op grond van zijn bijzondere gaven dominee worden in de Gereformeerde kerk. Hij preekte één keer en werd in de week daarna gearresteerd. Na zijn arrestatie zagen zijn kinderen hem nooit weer. Hij stierf in het Duitse concentratiekamp Sandbostel en werd in 1958 herbegraven in Loenen. In de afgelopen zomer ging ik er voor het eerst heen en ik was diep onder de indruk van de sfeer in dit park met die majestueuze bomen. Prachtig!


                                                                                                                         (klik op de foto's om te vergroten)



10 juni 2020

D-Day

Tijn is geboren, weer zo’n Godsgeschenk. Ik ben zijn dankbare oma. De ‘corona-golf’ in Nederland werd voor mij gemarkeerd met een kleinzoon aan het begin, 11 maart (Johannes Aaron) en aan het einde, 21 mei (Tijn Bernard).


Een andere markering in de tijd was 76 jaar geleden: 6 juni 1944: D-Day. Het begin van de bevrijding van West-Europa. Ik vind het onvoorstelbaar indrukwekkend en moedig: het aan land komen van de geallieerden op de stranden van Normandië.


Aan de Ernst Casimirlaan 4a werd in die tijd met smart gewacht op de komst van de bevrijders. Hun vorderingen werden nauwkeurig bijgehouden met hulp van de uitzendingen van de BBC. ‘Het was een heel klein radiotoestel,’ vertelde Ben van Dam mij in 2014 in Israel, ‘wij wachtten op de invasie. Samen luisterden we in het kleine kamertje met de erker, aan de voorkant van het huis. Daar leefden wij op!’


’s Nachts keken Ben en mijn vader Gerrit door het schuine dakraam naar de lucht en als ze de bommenwerpers van de geallieerden over zagen vliegen, vuurden ze hen aan. ‘We zagen de schijnwerpers, waarmee de Duitsers probeerden de vliegtuigen naar beneden te schieten. Dat was een lugubere attractie, maar wij vonden het heerlijk.’


Voor mijn nieuwsbrieven begint de zomerstop. Ik wens iedereen een goede tijd om op te laden, om met goede moed en vertrouwen de herfst in te gaan. Tot dan!


Benjamin van DamMet Benjamin van Dam
in Israël
Dit was natuurlijk verboden Radio anno 1940 Het onderduikadres van Benjamin, zijn broer, zijn ouders,zijn grootouders van Dam, zijn oma en tanteElya van Dam onthult de Stolperstein bij het
onderduikadres van zijn vader Benjamin
(klik op de foto's om te vergroten)



15 mei 2020

Nieuwlande

Tijdens mijn bezoek aan Israël in 2014Wat is de overeenkomst tussen mijn grootvader Binne en het Drentse dorp Nieuwlande? Het antwoord is dat zowel hij als het dorp een Yad Vashem onderscheiding kreeg, vanwege het redden van Joden in de Tweede Wereldoorlog. In Nieuwlande waren zoveel Joden ondergedoken dat het hele dorp de onderscheiding kreeg. In hun oorkonde staat: Zo vervulden zij de Bijbeltekst “U zult uw naaste liefhebben gelijk uzelf” en het traditioneel joodse gezegde “wie het leven van een eenling redt, redt als het ware de gehele wereld”.


Het bijzondere is dat Binne in zijn eerste huwelijksjaren met Pietje, van 1920 tot 1926, ook in Nieuwlande woonde. In de afgelopen ‘corona-tijd’ las ik alle familiebrieven uit deze periode. Ik las hoe Binne, zijn vader, broers en oom met elkaar omgingen, hun liefde voor elkaar, maar ook de irritaties. De vrouwen schreven niet, dat deed de man als hoofd van het gezin. Behalve Binne’s ongetrouwde zussen Dieuwke en Janke, daar vond ik ook brieven van.


Binne en Pietje kregen in Nieuwlande drie kinderen: Philippus (1924) en Ytje en Gerrit (1925). Gerrit leefde tot augustus 2007 en was mijn vader. De tweeling werd in de brieven met elkaar vergeleken, hun grootvader schreef 4 maanden na hun geboorte: Gerrit en Ytje groeien voorspoedig op; de eerste komt wat achteraan in geestesontwikkeling; de laatste in lichaamsgewicht.


Toen ze dik 9 maanden waren, schreef Binne: Gerrit ontwikkelt zich boven verwachting: hij is o zoo gezellig van aanleg; als hij 20 is, dan gaat hij met Oom Mart. een pijpje rooken en gezellig praten. Huiselijk en goedig. Zijn oogjes staan helder en vertrouwelijk! Maar bij Ytje vergeleken is hij een dom kereltje. Dat kleine prul moet letterlijk alles weten, wat er in ons woonvertrek gebeurt; niets mag haar ontgaan. Zij is de wijste, Gerrit de gezelligste en Ph. de teerste van ’t lieve klaverblaadje. Zie maar eens van zo’n typering af te komen.


1925
augustus 1926vlnr: Gerrit, Philippus, Ytje
Pril geluk
augustus 1926vlnr: Ytje, Philippus, Gerrit

(klik op de foto's om te vergroten)



10 april 2020

Eigenlijk dacht ik dat ik een voorsprong had in deze corona-tijd. Alleen en in huis werken doe ik al jaren. Daar kon ik gewoon mee doorgaan. Nu kwam er niemand langs, dus ging ik meters maken in het lezen van de honderden brieven in het familiearchief. Maar dat viel tegen. Ik zat vast aan mijn mobiel voor contact met anderen en nieuws over corona en ik schoot niets op.


Deze week gaat het beter. Voor elke dag stel ik mijzelf een precieze taak, die ik af moet hebben. Vandaag alle brieven lezen van maart tot en met juni 1925. Gelukt! Het leuke is dat ik vandaag het verhaal van de bevalling van mijn vader Gerrit en zijn tweelingzus Ytje las. Gerrit kwam als nummer twee, lag in stuit en mijn grootmoeder had nauwelijks weeën meer. En dat thuis. Spannend, lijkt mij.


Foekje Rietsema-WassenaarNaast deze leuke bezigheden, is Huismiddel tegen de Spaansche Grieper de ernst van een nieuw agressief griepvirus dat huishoudt over de hele wereld. Dit virus is vergelijkbaar met de Spaanse griep in 1918/1919. Eind vorig jaar schreef ik hierover in een hoofdstuk van mijn boek. Alle scholen waren dicht en veel kinderen waren ziek en stierven. Ook in mijn familie was bijna iedereen ziek. De 29-jarige zus (Foekje) van mijn grootmoeder Pietje overleed eraan. Ik kan mij nu die tijd beter voorstellen en ga dat hoofdstuk aanpassen.


Maart en april zijn memorabele maanden. Op 17 maart 1945 werd mijn grootvader Binne op transport gezet naar het concentratiekamp Neuengamme. Over deze tocht is te lezen op de speciale site van de NOS, in het kader van het project ’75 jaar Bevrijding’: https://nos.nl/75jaarbevrijding. Binne overleed rond 25 april 1945 in het kamp Sandbostel. 9 dagen daarvoor werd de stad Groningen bevrijd. Pasen viel in 1945 op 1 april. Voor nu: goede paasdagen!



13 maart 2020

Onderduiken

Bij René de Vries‘Dat is mien laand, mien Hoogelaand,’ zong Ede Staal. Die weemoed voelde ik, rijdend tussen de platte landerijen met stukken vette klei en grijze bewolkte luchten in februari. Ik was op weg naar de Joodse René de Vries (87) in Oosterwijtwerd, een mooi, lieflijk dorp met 80 huizen.


Het verhaal van de onderduik van de familie van Dam bij mijn grootvader Binne kan zomaar een romantisch tintje krijgen: samenleven in goede harmonie en de nazi’s te slim af zijn. Maar de diepe betekenis van onderduiken kon René goed onder woorden brengen. Ik sprak met hem over zijn onderduik in de stad Groningen. Zijn vader werd vermoord in Auschwitz. Een paar uitspraken:


‘Bij mijn eerste onderduikadres stonden mijn broer en ik in een halletje bij de voordeur. Mijn moeder was ernstig ziek, René de Vriesik dacht dat ze doodging en ik begon te huilen. Ik herinner mij dat ik toen dacht: nee, ik moet niet huilen, want het is oorlog en ik moet flink zijn. Ik heb die knop daar omgedraaid, ik huilde niet meer. Niet alleen toen, maar eigenlijk nooit meer. Mijn gevoel vlakte af en pas vele jaren na de oorlog ging dat over.’


‘In die tijd zat de angst onder je huid. Je deed van alles, je zat te praten, maar die angst was er altijd en verdween niet na de oorlog.’


René de Vries‘Na de bevrijding hadden we geen huis en geen geld meer. Mijn moeder sprak de legendarische woorden: ‘Dan beginnen we toch gewoon weer opnieuw?’ Dat zijn haast historische woorden geworden, we deden het, maar daarmee werd de deur naar die onderduiktijd dichtgeklapt, emotioneel gezien.’


Het was een inspirerend en mooi gesprek, ondanks het ernstige onderwerp was er geen somberheid. Ik voelde mij een bevoorrecht mens, die ochtend op Het Hogeland.


Ik sluit af met een prachtig bericht: Jonas, mijn vierde kleinkind werd geboren! Wat een geschenk, ik ben een dankbare oma.


(klik op de foto's om te vergroten)



4 februari 2020
Loenen

‘Gott wird abwischen alle tränen von ihren Augen,’ stond op het massagraf waarin mijn grootvader Binne lag, vlak na WOII. Zijn kinderen hadden daar vrede mee en deze tekst uit Openbaringen 21: 4 troostte hen.


Het was dan ook verwarrend voor mijn vader, oom en tantes toen hen in 1957 werd gevraagd of hun vader geïdentificeerd en herbegraven mocht worden in Nederland. Er werd op aangedrongen om de schedelomvang en gebitskenmerken van Binne Roorda door te geven, zodat de identificatie van de andere doden gemakkelijker was.


In 1958 was het zover: Binne en nog 4 andere oorlogsslachtoffers werden herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen. Zijn kinderen waren rond de dertig en hadden er vrede mee. Tante Foekje mijmerde er later over: ‘Misschien hadden we een soort misplaatste gereformeerde nuchterheid. Philip hield een korte toespraak, waarin hij onze dankbaarheid uitte en we dronken daarna heel gezellig koffie.’


Het ereveld Loenen heeft een bijzondere inrichting: er zijn geen rechte rijen kruisen, maar liggende stenen, verspreid over een bosgebied. De verhalen over de mensen die er begraven liggen staan op informatiepalen. Oom Philip ging er jaarlijks naar toe. Hij vond het een heel mooi, indrukwekkend en eenvoudig plekje.


Tante Foekje deed iets wat niemand in de familie deed, zij legde altijd bloemen op het graf van haar vader. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit was, maar ben van plan om haar voorbeeld deze zomer te volgen, juist in dit jaar van ’75 jaar geleden’.


Ereveld LoenenDe ingang
Ereveld LoenenHet centrale veld
Ereveld LoenenHet graf


(klik op de foto's om te vergroten)

De pagina ter ere van Binne Roorda: Oorlogsgraven Stichting


15 december 2019

Politie-archieven

Mijn voordeurbel klinkt als een soort misthoorn, daar kun je niet omheen. Een paar weken geleden schrok ik er middenin de nacht van wakker. Geen idee wie er aanbelde, maar het gaf een hoop stress. Toch is die schrik natuurlijk niet te vergelijken met het moment dat die andere deurbel ging, het geluid dat een einde maakte aan de onderduik van de familie van Dam aan de Ernst Casimirlaan, in de nacht van 6 op 7 februari 1945.


Mijn grootvader Binne wist gelijk dat het goed mis was toen de Duitsers aanbelden. Door tijd te rekken, kon de Joodse familie van 8 personen zich verstoppen. Wat zal het een paniek geweest zijn in dat huis. Binne werd gearresteerd en meegenomen.


Nu, bijna 75 jaar later, zit ik met een aantal vragen, waar ik wel antwoorden op vermoed, maar waar ik geen harde bewijzen voor heb: Waarom werd BinneHuis van Bewaring Groningen gearresteerd? Is hij gemarteld in het Scholtenhuis? Kwamen de Duitsers erachter dat Binne Joodse onderduikers had?


Ik hoopte antwoorden te vinden in de politiearchieven, want er waren Nederlandse politiemensen bij de arrestatie van Binne. Helaas bracht dat onderzoek niets op, het overvalcommando rapporteerde niks. Er waren wel lijsten met de code SD (Sicherheits Dienst) voor arrestantenkamers, maar Binnes naam ontbrak.


Wat ik zeker weet, is dat Binne in het Huis van Bewaring werd opgesloten en op 17 maart 1945 op transport is gezet naar Neuengamme. Dat betekent dat ze iets uit hem hebben gekregen of ervan overtuigd waren dat hij ergens flink bij betrokken was, anders had de SD hem wel vrijgelaten. Het blijft een boeiende zoektocht.


Iedereen een kerstfeest vol vrede toegewenst!

                                                                                                                                                                  Kranslegging bij de urn in het Huis van                                                                                                                                                                          Bewaring (Foto: Groninger Archieven.

                                                                                                                                                                 Klik  op de foto om te vergroten)


6 november 2019

De Glindhorst

Deze maand wordt het tijd om eens in de politiearchieven van 1945 te gaan snuffelen. Misschien staat daar iets in over de arrestatie van mijn grootvader Binne in de nacht van 6 op 7 februari 1945. In die nacht waren er Duitse soldaten bij, maar ook Nederlandse politiemannen.


En intussen schrijf ik verder aan hoofdstuk 8 van mijn boek, over de jaren dat Binne in De Glindhorst werkte, een opvoedingsdorp in de buurt van Utrecht. Ik kom er allerlei omschrijvingen van tegen. Van ‘Gereformeerd gesticht voor ont-ouderde kinderen’ tot ‘Oord der verschrikking’.


De bedoeling was goed. Kinderen die niet meer thuis konden woonden, werden opgevangen in boerengezinnen, die grond pachtten en een boerderij kregen. Aantrekkelijk, als je zelf geen boerderij kon betalen. Ze namen de taak van het opvoeden van de pleegkinderen er tegen wil en dank bij.


Dat opvoeden in die begintijd vanaf 1914 ging niet altijd goed, ik lees er hartverscheurende verhalen over. Sommige kinderen werden mishandeld, een jongen werd in een jute zak over het erf geschopt, een meisje plaste van schrik in haar broek en moest het oplikken. Ook was er seksueel misbruik. Pas veel jaren later werden de pleegouders beter gescreend en getest op hun pedagogische kwaliteiten.


Binne Roorda werkte er als jonge onderwijzer, hij vond het zwaar en had heimwee naar huis. De zondag was voor hem een welkom rustpunt. Hij ging naar de kerk en naar de Jongelingsvereeniging. Ik vond in het archief een schrift met mijn grootvaders toespraken en daarin de opvallende tekst: Wij komen samen in een vereeniging: ’t is de uiting van een levenstrek, die God den mensch heeft ingeschapen, n.l. het zoeken van gezelligheid, van gezelschap. (…) Vooral de man en de aankomende man zoeken dit. De vrouw sluit zich nog meer op in haar gezin om daar het zonnetje te wezen v.h. huis, de man treedt naar buiten om daar met vrienden en gelijkgezinden zich te vereenigen en tot het bereiken van een of ander doel. Het waren andere tijden…


De Glindhorst
De Glindhorst
De Glindhorst
De Glindhorst
De Glindhorst

(klik op de foto's om te vergroten)



4 oktober 2019

Reuze-oproer

Ben van Dam, onderduiker bij mijn grootvader Binne, wist het nog: ‘Er was een reuze-oproer in de kerk. Het had iets te maken met de doop, maar het fijne weet ik er niet van. In het begin van de onderduik was die opstand in de kerk er niet, maar langzamerhand heeft het zich ontwikkeld. Het was naast de bezetting een hoofdzaak voor gereformeerde mensen, de splitsing van de kerk.’


De acht Joodse onderduikers maakten deze scheuring in de Gereformeerde Kerk, de ‘Vrijmaking’, van nabij mee. Eind september gebeurde dat in Groningen 75 jaar geleden. Binne Roorda zat er middenin en hoorde bij de ‘Vrijgemaakten’. Hij had geen aparte studeerkamer, maar hij zat in de woonkamer in zijn volle huis aan tafel te lezen, te studeren en brieven te schrijven naar mensen met wie hij het op theologisch gebied oneens was. Elke avond stortte hij zijn hart uit bij zijn leeftijdgenoot, Aalje van Dam en praatten ze samen.


De voorman van de Vrijgemaakten, professor Schilder, hield overal in het land preken en toespraken. Mijn oom Philip vertelde dat Schilder ook wel bij zijn vader in Groningen op bezoek kwam. ‘Schilder was de enige die wist dat de familie Van Dam bij ons was. Ze hebben elkaar de hand geschud en ook voor de Van Dams was dat een heel bijzondere gebeurtenis. Niemand mocht weten dat ze bij ons waren, maar aan Schilder heeft vader het wel verteld. Dat was een bewijs van zijn vertrouwen in hem.’


Wat een wonderlijke ontmoeting moet dat geweest zijn! Aalje van Dam, elke dag levend met de bittere werkelijkheid dat de nazi’s hem en zijn geliefde familie wilden vermoorden. En Binne Roorda en Klaas Schilder, druk bezig met een kerkstrijd in de Gereformeerde kerken. Waar dachten ze aan toen ze elkaar ontmoetten?


Aalje Meier van DamAalje Meier van Dam Binne RoordaBinne Roorda Klaas SchilderKlaas Schilder

(klik op de foto's om te vergroten)



5 september 2019
Hij was nog net geen 19 jaar, mijn grootvader Binne, toen hij als jonge onderwijzer startte op ‘De Glindhorst’. Een bijzondere school, het hoorde bij het gereformeerde opvoedingsdorp ‘De Glind’, waar kinderen in pleeggezinnen woonden, omdat ze niet meer thuis konden zijn. Het was mei 1917 en in die tijd was de afstand tussen Achterveld, vlakbij Utrecht en Dokkum enorm, dus ging Binne alleen in de vakanties naar huis, drie keer per jaar.


Hij hield per brief contact met zijn familie en deze zomer las ik de brieven van 1917 tot en met 1919. Langzaam zag ik in de brieven de liefde tussen Binne en zijn stiefzus Pietje opbloeien. In november 1918 was het zover: ze waren verloofd! ,,Mijn teerbeminde Pietje!”, schreef mijn grootvader. ‘Binne, mijn innige geliefde!’, antwoordde mijn grootmoeder.


Foekje Wassenaar Eke Roorda Binne solliciteerde als onderwijzer naar verschillende plaatsen. Als dat lukte, wilde hij Pietje als zijn vrouw uit Dokkum ‘gaan halen’. Hij vond De Glindhorst een te ruige omgeving voor haar, zijn ‘teedere aanstaande’. Het solliciteren lukte niet en intussen ging de tijd door. Uit de brieven sprak steeds meer verlangen om bij elkaar te zijn.


1919: het einde van de Eerste Wereldoorlog, maar het was een rampjaar voor de familie. Eind 1918 overleed Pietjes ene zus, Foekje, aan de Spaanse griep. Ze was 29 en had twee kleine dochtertjes. Acht maanden daarna werd Koninginnedag gevierd in Dokkum. Een paard sloeg op hol in de menigte en Eke, Pietjes jongste zusje van 22, raakte zwaargewond en overleed een week later, op 8 september. Pietje was erg verdrietig en ook Binne miste zijn stiefzussen. ‘Maar liefste,’ schreef hij, ‘wij gaan tot hen: over 100 jaar is heel ons geslacht, dat nu leeft, gestorven: alléén Gods eere blijft.’ Wonderlijk, om dat nu te lezen, precies honderd jaar later.


Foekje Wassenaar                                                                                                                                                             Eke Roorda

(klik op de foto's om te vergroten)



21 juni 2019

Tante Grietje

29 juni 1928 – 9 juni 2019


‘En ik riep maar: ,,U mag mijn vader niet meenemen! U mag mijn vader niet meenemen!”’ Het is 14 juni 2013 en ik zit bij tante Grietje in de woonkamer. Ze Grietje (r.) met zus Foekjevertelt mij over de arrestatie van haar vader Binne Roorda in de nacht van 6 op 7 februari 1945. Hoe ze de trappen van hun huis afrende, de voordeur uit en zag dat haar vader tussen Duitse soldaten werd weggevoerd naar de hoek van de straat. Ze holde roepend achter hen aan.


Bij de onthulling van de Stolperstein zit ze er oud en broos bij, maar opmerkelijk helder. Ik bedank haar voor haar komst. ‘Dat heb ik aan Douwe te danken, hoor!’ antwoordt ze. Haar zoon Douwe vertelt dat hij in zijn jeugd allerlei historische plekken uit het leven van zijn ouders met hen bezocht. Maar zijn moeder had hem nooit de Ernst Casimirlaan 4a laten zien. Pas zes jaar geleden ging hij met zijn moeder daar kijken. Haar eerste reactie was: ‘Hé, ik wist niet dat die hoek zo dichtbij was.’ De traumatische ervaring die ze als zestienjarig meisje meemaakte, had afstanden en tijd vervormd. ‘Voor haar duurde de tijd dat ze haar vader tot om die hoek weggevoerd zag worden (letterlijk) een eeuwigheid,’ legt Douwe uit. Na de onthulling buigt tante Grietje zich voorover om het steentje te lezen. ‘Dat is mijn vader!’ Met deze dag vallen de stukjes van haar leven op hun plek.


Twee weken later wordt ze ziek en op de vroege Pinkstermorgen van 9 juni 2019 gaat ze naar haar Vader in de hemel, naar wie ze verlangde. Tante Grietje is 90 jaar geworden.

                                                                                                                                                                                 (klik op de foto om te vergroten)



17 mei 2019

Vastberaden knielt hij voor het hoopje zand en strijkt het met zorgzame en liefdevolle handen weg. Elya van Dam, zoon van onderduiker Ben van Dam. Het is 15.01 uur, donderdagmiddag, 16 mei 2019. Het messing plaatje komt tevoorschijn. Drie kinderen uit de Ernst Casimirlaan kruipen uit de groep omstanders naar voren en lezen aandachtig wat er staat:

  

Ter nagedachtenis aan Binne Phzn Roorda

De Stolperstein ligt er.
Het verhaal gaat door.

Stolperstein in de Ernst Casimirlaan








(klik op de foto om te vergroten)




9 mei 2019

Open Joodse Huizen – Huizen van Verzet, 4 mei

Mijn lezing op 4 mei 2019‘Hoe keek iedereen na de oorlog terug op de onderduiktijd?’ Dat was de vraag die bij mij bleef haken, nadat ik twee keer een lezing had gehouden over het onderduikverhaal van de Joodse familie van Dam bij het gezin van mijn grootvader Binne Roorda.


De lezingen hield ik in het kader van Open Joodse huizen – Huizen van Verzet op zaterdagmiddag 4 mei. In dit programma delen vertellers, bezoekers en bewoners verhalen in huizen waar Joden of verzetsmensen in de Tweede Wereldoorlog woonden. In Groningen kon dat op 20 verschillende locaties. Voor mij werd het wat ingewikkeld om mijn verhaal aan de Ernst Casimirlaan te houden, omdat ik daar niet naar boven kan. Nu was ik in het rabbinaatshuis bij de synagoge, een historische plek, ook voor de Van Dams.


Een paar dagen daarvoor bekeek ik de indrukwekkende documentaire ‘De erfenis van Johannes Post’. Daarin zie je hoe vier van zijn kinderen op een totaal verschillende manier terugkijken op het verzetswerk en de dood van hun vader Johannes Post. De één voelt zich in de steek gelaten, terwijl de ander het ziet als Gods leiding.


Ook binnen mijn familie en de familie van Dam werd er op verschillende manieren teruggekeken op de onderduiktijd. Wat voor de één een groot avontuur was, was voor de ander een benauwende en angstige tijd, in een veel te vol huis. Wat ik wel bij alle kinderen van mijn grootvader hoorde, was dankbaarheid en trots dat de familie van Dam de oorlog overleefd had. Ben van Dam in Israel vertelde dat hij met positieve gevoelens aan de onderduiktijd denkt.

Synagoge Groningen

De middag was een groot succes. Overal in de stad zag je mensen lopen met de folder met plattegrond van Open Joodse Huizen. Alle bijeenkosten waren vol. De kamer in het rabbinaatshuis had 30 stoelen en het zat beide keren bomvol met geïnteresseerd luisterende bezoekers. De deur ging voor de rest van de belangstellenden dicht. Misschien volgend jaar een nieuwe kans? Ik vertel het verhaal met plezier nog een keer!


                                                                                                                        (Klik op de foto's om te vergroten)




26 april 2019

Zaterdag 4 mei komt snel dichterbij. In Groningen is dan het herdenkingsprogramma: Open Joodse Huizen - Huizen van verzet.

In mijn verhaal komt dat bij elkaar: het verhaal van de Joodse familie van Dam en het verzet van Binne Roorda en zijn gezin. Om 13.00 u en 15.00 u in het Rabbinaatshuis, naast de synagoge.

Synagoge Groningen
Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet
Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet

(Klik op de foto's om te vergroten)



16 april 2019

Pietje

Zoe, Julia, Lieke, Emma, Sophie, zijn op dit moment populaire meisjesnamen. De naam ‘Pietje’ is uit. Ik denk zelfs in Friesland. Het is de naam van mijn grootmoeder, mijn zus is naar haar vernoemd.


Vreemd genoeg stond er vroeger alleen een foto van mijn grootvader Binne bij ons thuis op de kast, ik wist niet eens hoe mijn grootmoeder Pietje eruit zag. De reden zal zijn dat ze al op 38-jarige leeftijd overleed, na de geboorte van haar jongste dochter Foekje. Mijn grootmoeder bleef altijd een beetje mistig voor mij.


Pietje was 22 en Binne 15, toen haar moeder met zijn vader trouwde. Binne en Pietje leefden dus een paar jaar als broer en zus. Uit die tijd, van 1913 tot 1917, vond ik brieven en foto’s van Pietje. Gezellige brieven, met veel liefde geschreven, naar een neef, tantes, vriendinnen en nichtjes. Ze fietste van Dokkum naar Franeker of Bolsward om bij haar familie te logeren of stapte in de trein naar Den Haag. Ze kreeg daar brieven dat de hele familie thuis haar (vrolijkheid) zo erg miste.


Pietje met vriendinnen en zus FoekjeDoor de foto’s komt ze nog een stukje dichterbij. Pietje ging met haar vriendinnen in hun mooiste kleren naar Leeuwarden en daar lieten ze zich fotograferen. Ik vind haar er leuk uitzien met haar haar in een wrong, haar slanke hals, haar kleine mond en een beetje scheve ogen. Ze lachen niet voluit op de foto, maar je ziet hun ingehouden plezier.


’s Nachts riep mijn grootvader vaak om Pietje, dat hoorde ik van mijn vader, tante Foekje en ook van de onderduiker Ben van Dam. Ze was de liefde van zijn leven. Het was een ramp dat ze zo jong stierf. Ik ben blij dat de mist om haar heen wat optrekt en ik over haar kan schrijven.


(vlnr: Nienke Nutma, Foekje Wassenaar, ?, ?, Pietje Wassenaar. Klik op de foto om te vergroten)


7 maart 2019

Stolperstein voor Binne Roorda

Mijn grootvader Binne Roorda was niet de meest makkelijke man. Hij was fel en vasthoudend in het verdedigen van zijn overtuigingen en niemand wist beterhoe het zat dan hij. Zoals hij het bedacht, moest het gaan. Dit sterke karakter van hem zorgde er wel voor, denk ik, dat hij zonder aarzeling de Joodse familie van Dam in zijn huis liet onderduiken. Zo wist hij, met hulp van zijn huishoudster en kinderen, acht Joden uit handen van de nazi’s te houden.


Misschien kwam het door zijn uitgesproken persoonlijkheid dat sommige mensen, die hem (via-via) kenden, tegen mij zeiden: ‘Je moet je grootvader niet op een voetstuk plaatsen, hoor.’ Dat ben ik ook niet van plan, al heel snel ontdekte ik dat hij een echt mens was, met mooie en minder mooie eigenschappen.


Een vriend van oom Philip stelde mij voor om een ‘Stolperstein’ voor Binne Roorda aan te vragen, voor het huis aan de Ernst Casimirlaan 4a. De Duitse kunstenaar Gunter Demnig bedacht deze monumenten, een messing steentje met de naam, geboorte-, sterf- en deportatiedatum van slachtoffers van het nationaal-socialisme. Achteraan rechts Is zo’n Stolperstein laten inmetselen ook ‘op een voetstuk plaatsen’ of ‘vereren’ van mijn grootvader? Of misschien nog interessanter: zou hij het zelf gewild hebben?


Voor zover ik mijn grootvader ken, was hij tegen een Stolperstein voor zichzelf geweest. Hij deed ‘in gehoorzaamheid wat God van hem vroeg’. Waarom doe ik het dan toch? Als eerst ter nagedachtenis aan de moed van Binne Roorda om zijn leven te wagen om anderen te redden. Verder hoop dat het steentje mensen doet herinneren en laat nadenken. Laat nadenken over hun keuzes in bepaalde omstandigheden. Ga je met de stroom mee of ook tegen de verdrukking in? Je weet niet hoe je in zulke omstandigheden reageert, maar je kunt er wel een besluit in nemen dat je nastreeft, omdat je er van tevoren over na hebt gedacht. Dat is mijn overtuiging en misschien zit het wel in mijn genen om mij daaraan vast te houden.

                                                                                                                                                                            (klik op de foto om vergroten)

[lees ook mijn bericht van 5 juni 2014]   


6 februari 2019

Open Joodse huizen

Synagoge GroningenTwee jaar geleden belde mijn schoonzoon Rick Pastoor mij op met goed en slecht nieuws. Het goede nieuws was dat hij een boek ging schrijven, maar dat hij daarmee eerder klaar zou zijn dan ik, was het slechte nieuws. Begin januari kwam zijn boek Grip uit, het heeft als onderwerp ‘slim werken’. We vierden feest en ik schrijf verder aan mijn boek en ga door met mijn zoektocht.


Die zoektocht is afwisselend. Intussen werd ik uitgenodigd om een verhaal te houden over de onderduiktijd van de Joodse familie van Dam bij mijn grootvader Binne Roorda in het project Open Joodse Huizen. Dit wordt elk jaar rond 4 mei in Groningen georganiseerd. In kleinschalige bijeenkomsten worden verhalen verteld over het leven van Joodse bewoners in WOII in huizen waar ze toen woonden. Het gaat hierbij om het herdenken en herinneren.


Zaterdagmiddag 4 mei. Ik kijk uit naar het uitwisselen van gedachten en verhalen. En verder werk ik door aan mijn boek en gebruik ik mijn tijd zo slim mogelijk!


(De synagoge aan de Folkingestraat te Groningen. Foto © Jan Rooda, Stichting Folkingestraat Synagoge. Klik op de foto om te vergroten)


6 januari 2019

Expositie Farschid

In oktober 1942 kwam de Joodse ‘jonge familie van Dam’ bij mijn grootvader Binne onderduiken. Een paar maanden later volgden ‘opa en oma van Dam’ met hun nicht Rosa Lazarus. Via onderzoek naar Rosa kwam ik in contact met Farschid Ali Zahedi, die in Oldenburg al vele jaren onderzoek doet naar de Jodenvervolging en andere misdaden van de nazi’s.

Farschid kreeg begin december 2018 de hoogste onderscheiding, Order of Merit of the Federal Republic of Germany, voor zijn onderzoek, uit handen van de Duitse Bondspresident Steinmeier. Eind december kon ik hem daarmee feliciteren, want ik ontmoette hem in Groningen, samen met mijn mede-onderzoekers. Farschid heeft grote plannen! In samenwerking met ons wil hij een expositie in Oldenburg en Groningen organiseren.

In deze dubbele expositie komt een documentaire, foto’s, voorwerpen en een serie lezingen over onderwerpen, zoals het nazi-regiem in Duitsland en de bezetting in Nederland, over de verzetsbewegingen in Duitsland en Nederland, over de hulp aan Joden en onderduikers en over persoonlijke oorlogsgeschiedenissen als die van Binne Roorda, de families van Dam en Philips en Rosa Lazarus. Farschid Ali Zahedi

Het plan is om de expositie in de tweede helft van dit jaar te organiseren. Hoe mooi zou het zijn als mijn boek dan klaar was. Dat gaat niet lukken, maar erover vertellen kan ik natuurlijk wel.

Het is 8 januari 2019, maar niet te laat om jullie, lezers, al het goede toe te wensen in 2019!


(Farschid Ali Zahedi ontvangt uit de handen van de Duitse Bundespresident Frank-Walter Steinmeier de Orde van Verdienste. Foto © Bernd von Jutrczenka/dpa. Klik op de foto om te vergroten)



27 november 2018

Binne Roorda‘My father wasn’t a particulary brave man’, zo begon mijn tante Foekje het verhaal dat ze voor haar Australische vrienden schreef. Foekje was de jongste dochter van mijn grootvader Binne Roorda en ze maakte van haar 13de tot haar 15de de onderduik van de Joodse familie van Dam mee. Later emigreerde ze naar Australië en vertelde daar over deze belangrijke tijd in haar leven.


Binne was volgens haar geen bijzonder dappere man, maar hij vond dat we de slechte plannen van de Duitsers moesten weerstaan. Volgens internationale wetten mochten ze geen gewone burgers deporteren uit hun eigen land. Dan schrijft ze: ‘Onze’ Joodse familie wist heel goed, dat mijn vader kracht van de Heer kreeg, hoewel hij soms bang was (dat herinner ik me nog steeds).


Ik ben opgevoed met verhalen over en een foto van mijn grootvader Binne. Hij was een held in mijn ogen, maar hij keek zo streng op de foto, net als zijn vader Philippus. De eerste brieven die ik las, vond ik ook wel erg serieus en ernstig. Nu ben ik vele brieven verder en ze schrijven alles over hun angst, verdriet, blijdschap en liefde. Langzamerhand worden het mensen zoals wij, precies wat tante Foekje in haar verhaal duidelijk wilde maken.


‘Geef je niet teveel van je boek weg door de website?’, vroeg Gea Stuurwold deze week aan mij. Gea is met een achter-, achterneef van mij getrouwd en we hadden een gesprek over tante Foekje, waar ze veel contact mee had. Een begrijpelijke vraag van Gea, want het is inderdaad een kunst om niet teveel weg te geven. Maar juist door de website kreeg ik veel contacten, nieuwe informatie en enthousiaste, bemoedigende reacties. Dank!



30 oktober 2018

In mijn vorige nieuwsbrief was ik heel optimistisch met: ‘Ik kom weer een beetje in de running.’ Onverwacht moest ik half september toch nog een operatie ondergaan. Maar nu is het zover, ik herstel goed en ben weer aan het schrijven! Heel langzaam groeien de hoofdstukken.


Over de tijd dat mijn grootvader Binne de Joodse familie van Dam liet onderduiken in zijn huis heb ik al een heel aantal hoofdstukken klaar liggen. Nu ben ik bezig met de kindertijd van Binne. Zijn moeder stierf aan tuberculose toen hij 7 jaar oud was. Vier jaar later gaat zijn vader Philippus op zoek naar een nieuwe vrouw en een moeder voor zijn zes kinderen.


In januari 1909 heeft Philippus zijn eerste ontmoeting met een vrouw uit Wolvega. Het wordt niks, ze wil geen verkering met Philippus. Deze mislukking ontmoedigt hem niet en hij overlegt per brief met zijn broer Lieuwe over contactadvertenties in de Heraut en de Standaard. Ik voel me aan de ene kant een voyeur, glurend over de schouder van mijn overgrootvader, terwijl ik zijn brieven lees, maar aan de andere kant: wie krijgt er nu zo’n kans?


Binne in 1909Ik weet niet wat de 10-jarige Binne merkte van zijn vader op vrijerspad, maar ik lees wel zijn eerste enthousiaste brief naar oom Lieuwe. Hij schaatste in de koude januarimaand van 1909 van Oosternijkerk naar Dokkum en weer terug. Een paar dagen later sneeuwde het zo hard dat Binne met zijn vriendjes ‘poorten, sneeuwmannen en muren’ kon maken. Bijzonder om te bedenken dat hij vier jaar later al voor de klas zou staan als schoolmeester in opleiding.



                                                                                                                             Binne in 1909 (klik op de foto om te vergroten)



26 augustus 2018

WerkstattfilmRosa Lazarus was één van de acht onderduikers van mijn grootvader Binne. Ze kwam mee als nicht en verzorgster van de oude Benjamin en Geertje van Dam. Ik heb geen foto van haar en ik weet ook weinig over haar, behalve dat ze stil en teruggetrokken was. Ze kwam uit Oldenburg en mijn contact daar, Farschid Ali Zahedi, is net als ik op zoek naar meer informatie naar deze ‘vrouw zonder gezicht’.


Mijn mede-onderzoekers reisden naar Oldenburg om over zijn ontdekkingen te horen. Het blijkt dat ze direct na de Tweede Wereldoorlog naar haar broer Paul in Amerika emigreerde om hem daar te helpen op zijn boerderij. In 1964 kwam ze terug naar Oldenburg om haar oudste broer Samuel, die een concentratiekamp overleefde. In 1971 overleed ze, ze was toen 78 jaar.


Een buurjongen, nu een oude man, beschreef haar als teruggetrokken, maar sympathieke vrouw. Hij deed wel eens een karweitje voor haar en daar kreeg hij tot zijn verbazing wel 30 mark voor. ‘Ach,’ zei Rosa dan, ‘dat is maar 15 dollar.’ Ze was een aardige en gulle vrouw, die haar leven lang hard voor anderen gewerkt heeft. Ik ben weer stappen verder, ook al is er nog steeds geen foto van Rosa.


Werkstattfim, Oldenburg (klik op de foto om te vergroten)



25 augustus 2018
Door gezondheidsproblemen kon ik een paar maanden nauwelijks aan mijn onderzoek en het boek over mijn grootvader Binne werken. Maar gelukkig kom ik weer een beetje in de running. Tijd voor een bericht. Eind mei kreeg ik plotseling een mail van mijn contact uit Oldenburg, Farschid Ali Zahedi. (7 september 2017)


Farschid had interessante aanwijzingen gevonden over Rosa Lazarus, de achtste onderduiker van mijn grootvader. Daarnaast was er reactie gekomen op zijn posts op facebook over haar en had hij archiefstukken ontvangen. Hij eindigde zijn mail hartelijk met: If you have time, you are invited to come to Oldenburg for a visit and some ice cream! .


Rosa Lazarus Bij de mail stuurde Farschid een artikel over Rosa mee, dat hij in de lokale editie van de Nordwest-Zeitung had gepubliceerd. Boven de titel ‘Auf der Suche nach der Frau ohne Bild’ staat een oud boerderijtje waarin Rosa de laatste jaren van haar leven gewoond heeft. Hij schrijft in de krant over zijn zoektocht naar haar, zijn contact met mij en de onderduik van Rosa bij Binne Roorda in Groningen.


Natuurlijk had ik zin in de ‘visit en ice-cream’, maar dat liet ik deze keer aan twee enthousiaste mede-onderzoekers over. Morgen meer!



                                                                             (Foto © Werkstattfilm. Klik op de foto om te vergroten)

                                                                                                                                                            



31 mei 2018
Waarom werd Binne op 7 februari 1945 gearresteerd? Vanwege zijn vriendschap met verzetsman Westerdijk of zijn lidmaatschap van Groep de Groot? Of was er nog een andere reden?

Die vraag kwam weer bij mij op toen ik deze maand over de waarschijnlijke verraadster van Anne Frank en haar familie las: Ans van Dijk.


Bene WesterdijkMijn oom Philip ging er vanuit dat zijn vader Binnes arrestatie met de Duitse overval op de boerderij van Westerdijk te maken had. Deze Westerdijk zat diep in het verzet, had een zendmast en was een goede vriend van Binne. Het zou kunnen, want Binne werd 9 uur na de arrestaties bij Westerdijk opgepakt.


Maar misschien komt het verraad uit een andere hoek. Ik bladerde de Gezinsbode, het Groninger huis-aan-huisblad, door en stuitte in de rubriek ‘De verhalen van Groningen’ op een verhaal over Groep de Groot. Mijn grootvader Binne was hier lid van, waar ik al over schreef op 26 oktober 2016.


In januari 1945 werd Henk Lommert, een medewerker van Groep de Groot, wegens diefstal gearresteerd. Hij werd door de SD met een verklikker in de cel gezet en Lommert vertelde zijn celgenoot de verblijfplaats van de geheime papieren die hij bezat. Veel gegevens over Groep de Groot werden bekend en arrestaties en martelingen van de arrestanten volgden. In de weken erna werden de meesten naar concentratiekamp Neuengamme gebracht. Ook mijn grootvader Binne werd op 17 maart 1945 naar dit kamp vervoerd. Had dit toch met Groep de Groot te maken?


Bene Roelof Westerdijk, 1909-1945 (klik op de foto om te vergroten)



26 april 2018

Het verhaal van mijn grootvader Binne kreeg ik in de schoot geworpen. Ik droeg niets bij aan zijn moed om acht Joodse onderduikers in WO II in huis te nemen. Ik ontmoette drie broers die het omgekeerde meemaakten: zij hadden een NSB-grootvader en vader.


In hun familie was er schaamte en zwijgen over het verleden, terwijl er in de mijne trots en mooie verhalen waren. Er waren ook overeenkomsten: mijn Volk en Vaderlandouders trouwden in 1952, die van hen in 1953. De gezinssamenstelling was hetzelfde: 6 dochters en 3 zonen. Het waren beide Vrijgemaakt Gereformeerde gezinnen.


De broers wisten alleen dat hun vader NSB’er was en met hun opa na de oorlog 3 jaar vastzat, onder andere in het NSB-interneringskamp in de Carel Coenraadpolder bij Delfzijl. Ik hoorde over hun zoektocht naar het oorlogsverleden van hun vader en grootvader. Een bezoek aan de Nationale archieven in Den Haag, waar ze schrokken van het feit dat hun vader gewapend landwachter in de stad Groningen was. Wie weet, kwam hij ooit mijn vader tegen, een leeftijdgenoot, bezig met het organiseren van eten voor de onderduikers. Beiden werden ze beïnvloed door hun vader.


Ik vond het mooi om te zien dat drie mannen, die wat dit betreft uit zo’n verwrongen situatie kwamen, de moed hadden om op zoek te gaan in archieven. Wat ze daar vonden gaf boosheid en verdriet. Maar ze hadden het lef om alles open te gooien en leven in verbondenheid en vriendschap met elkaar.


                                                              Een door mijn grootvader bewaard exemplaar van het weekblad van de NSB

                                                              (klik op de foto om te vergroten)



27 maart 2018

Wervingsposter van de NSKKIk lees oude brieven en schrijf aan het boek over mijn grootvader Binne, maar intussen probeer ik nog wat speurwerk te doen naar gebeurtenissen rond de Tweede Wereldoorlog. Daar leven nu nog getuigen van, die ik kan bevragen. Na de arrestatie van mijn grootvader op 7 februari 1945 kwamen er nieuwe bewoners aan de Ernst Casimirlaan 4a. Over hun kwalijke rol kwam ik meer te weten.


Op die 7de februari ‘45 werden eerst de acht Joodse onderduikers bij verschillende adressen in Groningen ondergebracht. Daarna verlieten ook Binnes vijf kinderen (mijn vader Gerrit, zijn broer en zussen) en huishoudster ‘juf’ het huis. De nieuwe bewoners werden Wim van Iperen en zijn vrouw, die het huis van de Duitsers kregen toegewezen. Hij had bij het NSKK (Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps) gewerkt en zij als verpleegkundige in Duitsland.


Van Iperen en zijn vrouw hielden zich gedeisd tijdens die laatste oorlogsmaanden en hij deed zich na de oorlog voor alsof hij voor een verzetsgroep had gewerkt. Ze weigerden uit het huis te gaan, maar juf ontdekte door slim speurwerk dat hij en zijn vrouw uit Lexmond kwamen, de plaats waar haar familie woonde. Ze zocht contact met de verzetsgroep daar en Van Iperen werd opgepakt vanwege zijn foute oorlogsverleden. De Ernst Casimirlaan 4a was weer vrij voor juf en de kinderen. Dankzij Henk de With van de Historische Kring Lexmond en via hem persoonlijke kennissen van Van Iperen, kan ik nu het hele verhaal reconstrueren.


En ik werd weer oma, deze keer van een prachtig klein meisje: Nore. Haar naam betekent: God is mijn Licht. Ik ben heel blij met haar en dankbaar.



23 februari 2018
Philippus Roorda in TBCkliniek Sonnevanck te Harderwijk’k Ben dikwijls moedeloos’, schrijft mijn overgrootvader Philippus Roorda in 1895 aan zijn jongere broer Lieuwe. ‘Vreugde duurt nooit lang’, maar: ‘In Christus vrede en rust te vinden, is voor eene gejaagde ziel alles.’ In de tientallen brieven rond 1900 die ik van hem lees, laat hij zich in zijn ziel kijken. Deze week kreeg ik de juiste omschrijving van mijn overgrootvaders innerlijk aangereikt: een droef gemoed.


Het is de titel van een boekje van Antoine Bodar, die ik daarover hoorde in het tv-programma ‘De Verwondering’. Deze katholieke priester heeft een droef gemoed, maar voelt zich geborgen bij God, wat hem troost. ‘En het einde is in zicht,’ zegt hij, ‘ik zal God zien als ik over de doodsgrens heen ga.’ Allemaal zo herkenbaar bij mijn gereformeerde overgrootvader!


Maar de inhoud van Philippus’ brieven is niet alleen droevig. Hij schrijft ook over zijn gelukkige huwelijk met Grietje Boelens, de geboorte en het opgroeien van zijn kinderen, waaronder mijn grootvader Binne. Mijn grootvader is mijn hoofdpersoon, dus het is nu tijd om mij los te maken van Philippus en in de volgende hoofdstukken van mijn boek verder te schrijven over Binne.

                                                                                   Philippus Mzn Roorda anno 1909 (klik op de foto om te vergroten)


Bekijk hier de uitzending met Antoine Bodar (De Verwondering. KRO-NCRV)



24 januari 2018

Eind vorig jaar werd ik onverwacht opgebeld door een oude bekende, Pieter Oegema. Zijn panelen over de Joodse Stadjers worden de komende maanden geëxposeerd in de synagoge in de Folkingestraat in Groningen. Een van de panelen en een maquette gaan over de onderduik van de familie Van Dam bij mijn grootvader. Voor een breed publiek een nieuwe kans om dit geheel te bekijken.

Ik weet nog hoe ik in 2014 onder de indruk was van de maquette van het onderduikhuis aan de Ernst Casimirlaan. Zie 28 november en 14 december 2014 op mijn website. Als oud-architect had Pieter Oegema hier veel uren met plezier aan besteed.

Na overleg met de synagoge voegde ik een poster toe aan deze expositie. Op de poster staan foto’s van de families Van Dam en Roorda met QR-codes. Met behulp van je mobiele telefoon kun je daarmee informatie over de personen lezen. Misschien is de expositie een goede aanleiding om eens even naar binnen te lopen in de mooie en historische synagoge.


Mijn bezoek bij Pieter OegemaBij Pieter Oegema thuis
De expositie in de synagoge(Foto Ⓒ Dagblad van het Noorden) De expositie
met links de maquette
De maquette(Foto Ⓒ Synagoge Groningen)
De maquette

(klik op de foto's om te vergroten)


Facbookpagina van de synagoge

Artikel Dagblad van het Noorden

Het Reformatorisch Dagblad over het minimuseum



5 januari 2018
Een journalist van het Reformatorisch Dagblad interviewde mij vorig jaar november over mijn boek. In de drukke maand december vol feest, ontmoetingen en gedenken was dat op de achtergrond geraakt. Afgelopen woensdag stond het interview tot mijn verrassing in het RD!


Eigenlijk wil ik mij niet laten afleiden van het schrijven van mijn boek. Daarom ben ik niet zo happig op zo’n interview. Maar ik kreeg al van verschillende kanten positieve reacties en dat geeft veel energie om door te gaan!


Klik hier voor het artikel




19 december 2017

Chanoeka

Mijn boek groeit langzaam maar zeker, hoofdstuk na hoofdstuk. Eerst de feestdagen en dan weer verder in het nieuwe jaar.

Kerst, het feest van de geboorte van Jezus, als brenger van het Licht op de wereld, lijkt in uitingsvorm op Chanoeka, het Joodse lichtjesfeest. Vorige week was dat feest voor veel Joden in Nederland minder licht. Begin december werden de ruiten ingeslagen van een koosjer Joods restaurant in Amsterdam.


Om wat voor reden de dader, een Palestijn, dit ook deed, het is bijzonder schrijnend en verontrustend als vernielingen worden gepleegd aan Joodse eigendommen. Het haalt zwarte herinneringen omhoog aan de Holocaust. Uit solidariteit met de Joodse bevolking woonden daarom twee ministers de Chanoeka-viering in Amsterdam bij.


Chanoeka viering december 1942 in Kamp WesterborkIn Utrecht was Frits Bolkenstein bij de viering en hij zei dat jongeren te weinig weten over de Jodenvervolging. In het geschiedenisonderwijs moet daar meer aandacht aan worden besteed. Ik denk dat hij gelijk heeft en ik hoop dat mijn boek een beetje aan die kennis over de Holocaust kan bij dragen.


Chanoeka is een symbool van hoop. Dit vrolijke feest herinnert aan het opnieuw inwijden van de ontheiligde tempel in Jeruzalem in 164 voor Christus. Er gebeurde toen een wonder: er was slechts lampenolie voor één dag en de kandelaar bleef acht dagen lang branden. Met Chanoeka wordt daarom acht dagen lang elke dag één kaars meer gebrand op de chanoekia, de negenarmige kandelaar.


Iedereen goede en hoopvolle feestdagen toegewenst!


Chanoeka-viering dec 1942 in Westerbork (foto Ⓒ Herinneringcentrum Kamp Westerbork) 


8 november 2017

Annie en Frederik Jonker

1938 De school sluit definitiefhaar deurenLeunend tegen de knie van mijn grootvader Binne staat ze daar: Annie Jonker, drie jaar. Binne is op deze foto bijna 40 en ziet er jong uit, Annie kijkt een beetje verlegen. Het is maart 1938, de gereformeerde lagere school in Oudeschip wordt vanwege leerlingentekort opgeheven. Bijna 80 jaar later ontmoet ik Annie in Roodeschool.


Ook Annies broer Frederik is bij het gesprek. Hun vader, klompenmaker Jan Jonker, woonde in Oudeschip naast mijn grootvader. Ze zijn met hun 83 en 80 jaar, te jong om zich ‘meester Roorda’ te herinneren. ‘Mijn nichtje vertelde dat meester Roorda gek was met mij. Ik mocht in de school rondlopen als driejarig meisje,’ zegt Annie.


Waar ze wel over kunnen vertellen is het dorp Oudeschip. ‘’t Olschip’ voor de Groningse inwoners, ligt tegen de meest noordelijke zeedijk en is een dorp van drie straten met lage huisjes. In de jaren 20 en 30 waren Anno 2017er drie lagere scholen, een openbare, hervormde en gereformeerde. Annie: ‘’t Olschip was een dörpke, dat was fantastisch, daar kon alles, een hele hechte band was dat.’

We besluiten er samen naar toe te gaan, het dorp ligt vijf kilometer verderop. Terwijl we rondrijden, kunnen ze mij allerlei huizen aanwijzen en vertellen over de vroegere bewoners.


Binne was vaak op pad in de omgeving van Oudeschip. Hij tufte op zijn snorfiets door het vlakke landschap, op weg naar politieke en vooral kerkelijke vergaderingen. Zou hij op die reizen zijn hoed wel eens gelicht hebben voor een passerende zwarte koets met twee paarden van de Joodse veehandelaar Benjamin van Dam? De man aan wie hij jaren later onderdak zou geven in barre tijden?


Annie Jonker, november 2017




11 oktober 2017

Gesloten brief

Er ligt nog een gesloten brief van mijn grootvader Binne in de Groninger archieven. Na 75 jaar mag deze geopend worden! Eerst heb ik de wildste fantasieënIn de Groninger Archieven over wat daarin zal staan. Maar nu ik mijn grootvader Binne beter ken, denk ik dat er vast een naam in wordt genoemd in verband met kerk en geloof.


Ik heb gelijk. In de stille archiefzaal lees ik een lange brief van mijn grootvader aan de kerkenraad in Groningen. Hij schrijft daarin dat hij er grote moeite mee heeft dat hij niet getoetst wordt of hij op grond van zijn bijzondere gaven, dominee kan worden. Deze brief schrijft hij in 1941 en al drie jaren wil hij gehoord worden, maar hij wordt doodgezwegen.


Na Binnes lange beklag over dat er geen ‘trouw onderzoek’ naar hem wordt gedaan, schrijft hij over meneer K. Hij heeft er drie bezwaren tegen dat deze broeder tot ouderling verkozen wordt. De eerste twee gaan over zijn zaken- en geloofsleven, waarover niet met lof wordt gesproken.


Het derde bezwaar gaat over de zoon van broeder K. ‘Deze heeft, naar mij werd gezegd, een zoon die in zonde leeft en omgang heeft met een niet-gereformeerd, ja modern meisje.’ Genoeg reden om geen ouderling te kunnen worden, want: ‘Een ouderling moet gehoorzame kinderen hebben, opdat hij ook in dat opzicht onberispelijk zij’, staat in de bijbel.


Licht teleurgesteld lees ik de brief nog eens en verbaas mij over mijn grootvader die jarenlang hamert op hetzelfde aambeeld. Het moeilijke vind ik dat Binne brief na brief schrijft dat hij gehoord wil worden en zelf niet naar meneer K. toegaat om met hem te praten, maar alles van horen zeggen heeft. ‘Plaats het in die tijd’, krijg ik als goede raad en daar zal ik het mee moeten doen.



7 september 2017
Door mijn onderzoek naar het leven van mijn grootvader, kom ik met allerlei bijzondere mensen in contact. Zo ook met de Duitser Farschid Ali Zahedi. Hij onderzocht de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog in Oldenburg en omgeving. De plaats waar Rosa Lazarus, één van de Joodse onderduikers van mijn grootvader Binne, vandaan kwam.


Rosa Lazarus (1902) vluchtte in 1936 naar Nederland, want het was in Oldenburg onleefbaar geworden voor Joden. Ze kwam in Bellingwolde bij familie terecht en vertrok in 1941 naar de stad Groningen. Haar oom en tante, Benjamin en Geertje van Dam, hadden haar hulp nodig. Met hen dook ze in maart 1943 onder bij Binne Roorda.


Farschid kende Rosa’s broer Samuel en haar neef Jan in Oldenburg persoonlijk. En hij kon mij meer informatie over Rosa geven. Toen hij mijn verhaal hoorde over de acht Joodse onderduikers bij Binne Roorda, was hij onder de indruk. Hij vroeg mij of hij mij hierover mocht interviewen en filmen.


Na een interview bij mij thuis vertrokken we naar de binnenstad. Daar werd ik ook gefilmd bij het huis aan de Spilsluizen 10, waar de familie van Dam woonde. Voor het huis van Binne, Ernst Casimirlaan 4a, interviewde ik voor de camera Lies Boerma, het oude buurmeisje op nummer 6. Onvoorbereid, we hadden haar gebeld of ze wilde komen, maar met veel plezier stortte ze zich erin. De zon scheen, prachtige luchten, het was een goed begin van een werkseizoen!


‘En is de film nu op de Duitse tv te zien?’, werd mij al gevraagd. Nou nee, dat niet. Farschid maakte het voor zijn eigen expositie, waarin mijn verhaal interessant is door de link met de uit Oldenburg afkomstige Rosa.


(Farschid Ali Zahedi via http://www.werkstattfilm.de)






7 juli 2017

‘O, Grietje, beantwoord zoo mijne liefde, mijne innige liefde’, schrijft mijn overgrootvader Philippus. Hij is dan 26 jaar en vraagt in deze brief van 18 juniPhilippus Roorda Mzn 1910 1888 of ze verkering met hem wil. Hij ondertekent met ‘Uw teeder minnende Philippus M Roorda’ Grietje zei ja en een jaar later trouwden ze. Ze krijgen zes kinderen, waaronder mijn grootvader Binne.


Ik lees stapels brieven van deze overgrootvader Philippus voor de eerste hoofdstukken van mijn boek. Op zoek naar de drijfveren van mijn grootvader Binne. Hij leek het meest van al zijn broers en zussen op zijn vader Philippus. Ze waren ook bijzonder op elkaar gesteld, vertelde oom Philip mij, ‘het waren dezelfde geesten.’


Tussendoor lees ik een met de hand geschreven Familiegeschiedenis Roorda van mijn over – oudoom Lieuwe. In een ver verleden deden de Roorda’s volgens hem mee aan de Kruistochten. Eén van hen sloeg daarbij het hoofd van een ‘Moor’ af, schrijft hij, vandaar ‘den Moorenkop’ in het familiewapen van de Roorda’s. Als kind was ik trots op dit wapen. Een familiewapen, wie had dat nou? Maar een ‘Moorenkop’? Nee, dat kan niet, niet meer van deze tijd. Dan zijn de brieven met de zielenroerselen van mijn voorouders Philippus 1910            interessanter!


Ter afwisseling op het lezen van al die brieven, wil ik in de komende tijd ook nog het Oorlogs en Verzetscentrum Groningen (OVCG) bezoeken. Ik hoop er meer informatie over het verzetswerk van Binne te vinden en…. er ligt nog altijd een brief van mijn grootvader Binne in de Groningse archieven, die pas na 75 jaar geopend mocht worden. Dat is dit jaar.


8 juni 2017
Mijn schrijfdagen werden afgelopen dinsdag afgewisseld met een middag in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In deze bijzondere omgeving ging ik naar de Noordelijke netwerkdag Oorlogsbronnen.


De middag begon met een boeiend voorbeeld van het gebruik van bronnen bij het zoeken naar namen. ‘Known unto God’ stond er op een graf van zes Engelse piloten van een bommenwerper in de Tweede Wereldoorlog. Met behulp van verschillende bronnen uit Engeland (vluchtgegevens), Nederland (moment van neerstorten) en Duitsland (verslag van de Duitse piloot die hen neerschoot) werd gezocht naar de namen van deze mannen. Het resultaat was dat 70 jaar na dato hun namen en zelfs hun foto’s op de grafsteen kon worden gezet.


Ik vond het fascinerend om te horen en te zien hoe je verschillende bronnen kunt gebruiken in je onderzoek, maar ook hoeveel vrijwilligers bij dit werk actief zijn. Bijvoorbeeld vrijwilligers die honderden ‘onderduikkaarten’ met gegevens over onderduikers intypen op een website. Dat was voor mij een onbekende wereld van onzichtbaar, maar belangrijk werk.


Wat kan ik nu met deze dag? Ik ben nog steeds op zoek naar de ondergrondse activiteiten van mijn grootvader Binne en naar de reden waarom hij op 7 februari 1945 werd gearresteerd. Ik blijf zoeken naar bronnen en leg ze naast elkaar en dan komt er een dag dat het duidelijk(er) wordt.


Aan het eind van de middag bezochten we met elkaar het huis van de kampcommandant in het kamp zelf. Hoewel alle barakken werden weggehaald, is het houten huis van de kampcommandant bewaard gebleven. Er is een glazen huis omheen gebouwd om het in een betere conditie te houden.

Wat een huiveringwekkende omgeving, dit doorgangskamp, waarvandaan ruim 100.000 Joden en 245 Roma per trein werden gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. Gastspreker Eva Ritz – Weyl vertelde over haar ervaringen als kind op deze plaats. Zij heeft er met haar ouders drie jaar gewoond en ging al die tijd naar school. Een school was er in geen enkel ander kamp. Het werd niet duidelijk uit haar verhaal waarom hun gezin in Westerbork mocht blijven. In die jaren ontmoetten haar ouders waarschijnlijk Jacob en Johan Philips, de vader en broer van Aletta van Dam – Philips die bij mijn grootvader ondergedoken was. Jacob en Johan werden vermoord in Auschwitz.





23 mei 2017

Altijd opgewekt en onder alle omstandigheden voor ieder van ons een vriendelijk woord. Deze woorden sprak Aalje van Dam uit op de 45ste verjaardag van mijn grootvader Binne. Voor zijn Joodse onderduikers was mijn grootvader vriendelijk en gastvrij. Zijn oud-leerlingen die ik sprak, vonden hem aardig en zaten graag bij hem in de klas.

Maar uit zijn brieven krijg ik ook een ander beeld, daarin is mijn grootvader vaak kritisch. Altijd heeft hij zelf gelijk en dat maakt hij in een lange stroom brieven duidelijk aan kerkenraden, dominees, familie en vrienden.


Binne als jonge tienerOm mijn grootvader Binne beter te leren kennen en begrijpen, lees ik nu brieven uit het begin van de twintigste eeuw. Wie was hij en door wie werd hij beïnvloed?

Bij deze zoektocht kwam ik in het familie-archief een brief van Pietje Wassenaar aan haar nichtje Alie tegen. De brief is van juni 1913, Pietjes moeder is twee maanden daarvoor met Binnes vader getrouwd. Pietje is 22 en Binne 15.

Pietje schrijft over haar toekomstige echtgenoot: Lieve Alie ik moest je van Binne groeten, dat is toch zoo’n lief broertje van me.


Om meer over die tijd te weten, lees ik De eeuw van mijn vader van Geert Mak. Een aanrader, interessant en goed geschreven. Ik lees daarin bijvoorbeeld over petroleumlampen die aan het begin van de twintigste eeuw gebruikt werden. Ik weet nog dat mijn oudtante Dieuwke, de oudere zus van mijn grootvader, op een petroleumstel pannenkoeken voor ons op bakte. Of ik lees over de dood die onverwacht kon toeslaan. Zowel Pietje als haar zussen Foekje en Eke stierven op jonge leeftijd. Foekje, moeder van twee jonge kinderen, stierf aan de Spaanse griep. In drie golven, in juli 1918, oktober 1918 en februari 1919 joeg deze ‘Spaanse griep’ als een zwarte dood door het continent, schrijft Mak.

                                                                                                                                                                                          De vroegste foto van Binne

                                                                                                                                                                                  (klik op de foto om te vergroten)



24 april 2017

In Israel ging vanmorgen om 10.00 uur het luchtalarm af en was de Joodse bevolking twee minuten stil. Tijdens deze twee minuten reed het verkeer niet en automobilisten stonden naast hun auto’s.

Dit gebeurde allemaal vanwege Yom HaShoah, de jaarlijkse herdenking van de Holocaust in Israel.

Mijn grootvader Binne, zijn kinderen en juf redden tijdens de Tweede Wereldoorlog acht leden van de familie van Dam – Philips van de dood, maar meer dan 120 familieleden van hen werden vermoord in Auschwitz en Sobibor. Vandaag is het een dag om ook bij hun dood stil te staan: http://www.drijfveren.info/oorlog/oorlog.html#groteschok




15 april 2017

De Gereformeerde kerk aan de KranewegBinne strekt zijn schouders nog iets verder naar achteren tegen de kerkbank en hij steekt zijn kin naar voren. Zijn mond staat verbeten. Al vanaf de eerste woorden van de preek ergert hij zich. Dominee Polman zit er volledig naast met zijn uitleg van Psalm 14. Zo’n mooie psalm, hij verknoeit het. Met opeen geklemde lippen luistert hij tot het ‘amen’ aan het eind van de preek. Dan zucht hij diep.

Tijdens het gebed vraagt dominee om vergeving voor het getwist en gekrakeel binnen de kerken. Weer ergert hij zich. Hoe kan hij nu de strijd om de waarheid getwist en gekrakeel noemen?

Als hij zijn ogen weer opendoet, neemt hij een besluit.

‘We gaan eruit,’ fluistert hij naar Grietje en Foekje.

Grietje die het dichtst naast hem zit, legt haar hand op zijn knie.

‘Dat moet vader niet doen,’ zegt ze zachtjes.

In een flits ziet hij Pietje, zijn Piedie. Dan klemt hij zijn kaken op elkaar en kijkt hij voor zich uit.

Tijdens de collecte kan hij zich ontspannen en de laatste psalm toch uit volle borst meezingen.

Wanneer Binne na de kerkdienst achter Grietje en Foekje de bank uitloopt, voelt hij een tikje op zijn schouder.

‘Hoe vond u de preek, broeder Roorda?’                                                                                                                         

Hij hoort aan de stem wie het is en terwijl hij zich omdraait, zegt hij:

‘Ah, broeder van der Beek, wat ik van deze preek vond? U zult het met mij eens zijn dat een dominee het Woord van God behoort te ontsluiten, maar deze preek was eerder een toesluiting van het Woord.’

Meneer van der Beek schudt langzaam zijn hoofd en loopt naast Binne naar de uitgang van de kerk.

‘Dat ben ik niet met u eens, meneer Roorda, maar ik zal erover nadenken.’ Na een korte groet trekt hij zijn jas aan en loopt naar buiten.

‘Zullen wij ook naar huis gaan, vader?’, vraagt Foekje. Zondag vindt ze de mooiste dag en juf heeft vast iets lekkers bedacht. Ben en Jacob zouden alvast Monopoly klaar leggen.

Zij en Grietje lopen elk aan een kant van hun vader. Hij zegt niks en kijkt nadenkend.

Als ze de Ernst Casimirlaan inlopen, zien ze Trees en Lies, de buurmeisjes buiten spelen. Ze lopen met hun kleine broertje Henk tussen zich in.

‘Dag dag,’ roept Grietje en vader groet vriendelijk: ‘Dag dapperen.’

De meisjes lachen en Lies zegt vrolijk: ‘Dag dominee Roorda.’

Foekje kijkt voorzichtig omhoog naar vaders gezicht. Als ze ziet dat vader glimlacht, lacht ze ook en tilt heel even de kleine Henk op.




13 maart 2017

Buren

Beste Ytje, ik ben Lies Boerma en ik woonde tussen 1939 en 1969 aan de Ernst Casimirlaan 6….

Zo begon de mail die ik kort na mijn interview met het Dagblad van het Noorden kreeg. Ernst Casimirlaan 6, dat waren de naaste buren van mijn grootvader Binne en zijn Joodse onderduikers.

Kort daarna bracht ik een bijzonder aangename middag met Lies (1936) en haar zus Trees (1935) door in hun appartement in de binnenstad van Groningen.


Trees vertelde dat ze vaak met de poppen van de zussen Roorda speelde. Ze had er toen geen flauw vermoeden van dat er onderduikers boven haar hoofd zaten. Als ze op straat speelden en mijn grootvader kwam voorbij, zei hij altijd ‘Dag dapperen’ tegen hen. Zij groetten dan terug en noemden hem ‘dominee Roorda’. Volgens hen noemde de hele straat hem zo. Leuke details om in mijn boek te gebruiken.


Trees en Lies hadden nog een opmerkelijk verhaal. Schuin tegenover hen woonde de NSB’er Klaas Prenger. Zo dichtbij de Joodse onderduikers! Op een middag in januari 1944 speelde Trees met zijn dochter Rita. Kort nadat Trees naar huis ging, werd er een aanslag door het verzet gepleegd op Prenger. Hij werd in zijn deuropening beschoten en raakte daarbij zwaargewond. Ook zijn vrouw kreeg een kogel in haar been. De aanslagers, de broers Gootjes, kwamen om het leven.


De tragische nacht in februari 1945, toen mijn grootvader Binne werd opgepakt, konden de zussen zich goed herinneren. De hele achtergevel van het huis van Binne werd verlicht met felle schijnwerpers, waar een roodachtige gloed uitkwam. Niemand kon meer ontsnappen en er was veel lawaai. Trees herinnerde zich nog de volgende dag: ’Grietje had een roodbehuild gezicht toen ik haar in de deuropening zag.’ Na de oorlog reed mijn vader Gerrit op een rode motor en hij had daarbij een zwart pak aan. Lies mocht als klein buurmeisje vaak een rondje meerijden op de motor. Jammer, dat ik deze herinneringen niet met mijn vader kan ophalen. Na de oorlog werkte hij een poosje bij de Politieke Opsporingsdienst (P.O.D.), van deze dienst kreeg hij de motor in gebruik.


De archieven van de P.O.D. zijn interessant, die moet ik nog gaan bekijken. Intussen probeer ik verder te schrijven aan mijn boek, naast een grote gebeurtenis in mijn leven: ik ben oma geworden! Niet van één kleinkind, maar van twee prachtige jongetjes.


Interview met Trees en Lies BoermaMijn interview



(klik op de foto's om te vergroten)
Trees BoermaTrees Boerma Lies BoermaLies Boerma Buren van de Ernst Casimirlaan bij de bevrijdingDe buren van de Ernst Casimirlaan
bij de bevrijding van Groningen.
Het meisje met het hoofd afgewend
is de dochter van Klaas Prenger



6 februari 2017

Interview in het Dagblad van het Noorden
Twee weken geleden had ik een zeer geanimeerd gesprek over de onderduiktijd van de familie van Dam met Gerdt van Hofslot, verslaggever van het Dagblad van het Noorden. De neerslag van dit gesprek stond in deze krant op zaterdag 4 februari 2017 en is nu op mijn website te lezen.


Op dezelfde zaterdag, de 4de februari, kreeg ik een mail van Jan Nagel. Hij is een zoon van de vroegere buren van mijn grootvader Binne. Toen Binne gearresteerd werd, zijn oom Philip en mijn vader hun huis in gevlucht. Ik was al eens op zoek geweest naar deze vroegere buren, maar ik kon ze niet vinden. Dankzij dit artikel heb ik nu contact met de familie en kan ik ze vragen stellen over die tijd!

Dagblad vh Noorden artikel over deze blog
(klik op de foto om te vergroten)



25 januari 2017

Foekje Roorda

25 november 1929 – 22 januari 2017


Zomer 1950 Foekje RoordaMijn tante Foekje is afgelopen zondag overleden. Ze was het jongste kind in het gezin van mijn grootouders. Ruim anderhalve week na haar geboorte overleed haar moeder Pietje aan kraamvrouwenkoorts. Foekje groeide zonder moeder op en ze had een hechte band met haar vader. Toen hij in februari 1945 werd gearresteerd en niet meer terugkwam, was ze 15 jaar oud.


Drie jaar lang zorgde juf, de huishoudster van haar vader, nog voor haar. Oom Martinus, de oudste broer van haar vader, was haar voogd. Ze werd onderwijzeres en gaf jarenlang les aan een gereformeerde basisschool in Armadale, in Australië.


In de afgelopen jaren vertelde ze mij bijzondere details over haar vader en de onderduiktijd van de Joodse familie van Dam. Een verhaal van haar, dat ik zeker ga gebruiken voor mijn boek, zal ik alvast vertellen. Toen mijn grootvader Binne op 4 mei 1944 46 jaar werd, gaf Aalje van Dam hem als verjaardagscadeau een toneelstukje met als onderwerp de ‘Vrijmaking’ (afsplitsing van een groep uit de Gereformeerde kerk). Zus Grietje speelde voor Binne en Foekje was een verontruste ouderling. Tante Foekje vertelde het met veel plezier. ‘We genoten er allemaal van,’ zei ze.


Tijdens de onderduik waren er elke dag drie gezamenlijke maaltijden van de twee families. Ben van Dam in Haifa vertelde dat hij altijd met tante Foekje aan een apart tafeltje zat. Ondanks het verschil in opvoeding en achtergrond, gaf dat een speciale band, ook omdat ze ongeveer even oud waren.


In 1995 kreeg tante Foekje van de Israëlische ambassadeur de Yad Vashem onderscheiding, die haar vader postuum was toegekend. Dat moet voor haar een bijzondere gebeurtenis geweest zijn, vanwege de hechte band met haar vader.


Ik was samen met haar in Oudeschip, haar geboortedorp en in Winsum, waar het gezin van 1938 tot 1940 woonde. Ook bezocht ze voor mij nog twee keer het ‘onderduikhuis’ aan de Ernst Casimirlaan in Groningen om precies te vertellen waar iedereen sliep en waar de verstopplaats voor de familie van Dam was.



10 januari 2017
Brieven

In juli 1941 moesten alle burgers hun koper inleveren voor de oorlogsindustrie. Dit weigerde mijn grootvader Binne ‘beleefdelijk’ in een brief aan de burgemeester op 12 juli 1941:

Beleefdelijk meld ik U, dat ik aan uw oproep om op maandag 14 juli te 13.00 uur, in het lokaal, gelegen Graaf Adolfstr. 73, te verschijnen om daar mijn koper, enz. in te leveren, niet kan voldoen. M.i. komt het de bezettende macht niet toe, van ons te vergen, ons koper, enz. in te leveren, waar met het daarvan te vervaardigen oorlogsmateriaal ook onze eigen matrozen, enz. bestookt zouden worden.


Zulke brieven zijn juweeltjes in het archief met brieven en documenten dat in mijn familie bewaard is gebleven. Een bron van materiaal waaruit ik mijn De laatste pasfoto van Binne Roordagrootvader beter kan leren kennen.

Het zijn brieven van hemzelf, maar ook vele brieven van familieleden, vrienden, kerkenraden en classes (kerkelijke vergaderingen). Het grootste deel van deze brieven heeft mijn zus Pietje, vernoemd naar de vrouw van mijn grootvader Binne, gescand. Enorm veel werk, maar met het resultaat ben ik erg blij. Zonder al teveel moeilijkheden kan ik nu al die brieven lezen. Bij sommige handschriften is het turen en puzzelen om te weten wat er staat. Deze winter breng ik veel tijd door achter het beeldscherm van mijn computer.


Hoe kreeg mijn grootvader het voor elkaar om zoveel te schrijven in het volle huis met onderduikers? Hij schreef aan dominees en kerkleden over preken en gebeden die niet goed waren, hij geeft een beschouwing op het begrip Verbond in de bijbel.

Tussen de brieven vind ik een verslag van de vergadering in Amersfoort waar in augustus 1944 de Vrijmaking (een afsplitsing van de gereformeerde kerk) een feit werd.

Binne schreef ook brieven met zijn mening over kerkzaken, liet ze vervolgens typen en verspreidde deze vlugschriften dan over Nederland. Ben van Dam vertelde mij in Israel dat hij ook wel brieven voor mijn grootvader typte.

                                                                                                                                                                                            (klik om te vergroten)


Ik lees het boek ‘De oorlog van mijn vader’. Het is geschreven door de Joodse Ron van Hasselt over zijn vader Ben. Behalve dat het een boeiend boek is, vol fotomateriaal, heeft het ook een goede titel. Dit zou een ideale titel voor mijn boek kunnen zijn: ‘De oorlog van mijn grootvader’. Want hij voerde op twee fronten een oorlog. Aan de ene kant tegen de Duitsers, maar minstens zo fel tegen medegelovigen over allerlei kerk- en geloofskwesties.


3 december 2016

Mijn Ytje leunend op de schouder van haar vaderMijn tante Ytje


Mijn vaders tweelingzus Ytje is afgelopen dinsdag, 29 november 2016, overleden. Ze was 91 jaar.

Toen ik hoorde dat ze gestorven was, dacht ik eerst aan de leuke logeerpartijen bij haar, oom Henk en hun zoon Albert.


Maar ik dacht ook aan het verhaal dat tante Foekje, haar zus mij vertelde. In de nacht dat mijn grootvader werd gearresteerd was tante Ytje niet thuis. Ze was naar een boer in Winsum om eten te halen. De ene dage fietste ze erheen en de andere dag kwam ze nietsvermoedend terug. Buren fietsten haar tegemoet om haar te vertellen dat haar vader opgepakt was. Ze was 19 en heeft hem nooit weer terug gezien.


(detail vaneen gezinsfoto genomen op 3 mei 1943)



 

17 november 2016

Jiddisch – Gronings


De veemarkt voor de oorlog in Groningen

Joodse veehandelaren in Groningen spraken op de markt met elkaar het Jiddisch – Gronings. Dat las ik in ‘Joden in Noord-Oost Groningen’. Bijzonder boeiend, dat Jiddishe woorden of uitdrukkingen met het Gronings verbonden werden. Voorbeelden: ’n Jehoede hèt gain verlet om ’n gooij dij Jiddisj rèdt = Een Jood heeft geen behoefte aan een niet-Jood die Jiddish spreekt. Ik geef die mazzel en brooche = Ik geef je geluk en zegen. Zou Aalje van Dam deze taal gesproken hebben?


Via mijn website kreeg ik contact met Willem Fokkens (1940). Zijn ouders en grootouders deden zaken met Aalje van Dam vanuit hun boerenbedrijf bij Pieterburen. Ik vraag hem of Aalje ook Jiddisch – Gronings sprak. ‘Aalje van Dam sprak als veehandelaar bij de boeren Gronings, maar op de markt sprak hij met Joodse collega’s Jiddisch – Gronings,’ zegt Willem Fokkens. ‘Dat gaf aanleiding tot ruzie. De niet – joden konden het niet verstaan en voelden zich belazerd. Als Joodse veehandelaren onderling wat wilden regelen, spraken ze die taal.’ Na de Tweede Wereldoorlog was het gedaan met deze typische veemarkttaal.                                                

                                                                                                                                             Veemarkt in Groningen, Oosterpoort; voor de oorlog                                                                                                                                                             

‘Mijn ouders praatten over Van Dam in de meest positieve zin,’vertelt Willem Fokkens verder. ‘Ze vertrouwden elkaar wederzijds. Mijn vader wist al in 1939 dat het met de Joden niet goed zou aflopen. Maar dat de vernietiging van de Joden fabrieksmatig zou gebeuren, dat kon niemand bedenken.’ Ook wist hij van de tijd van de familie van Dam bij mijn grootvader: ‘Het verhaal van de onderduik van de Van Dams hoorde ik van mijn ouders. Het is onbegrijpelijk dat ze nooit ontdekt zijn, met zoveel mensen onderduiken in een straat in de stad. Dat er nooit iets gebeurd is, is uitzonderlijk!’


Heb je tips, ideeën of opmerkingen, mail me op ytje@drijfveren.info 



26 oktober 2016
Gerrit Boekhoven oftewel mijnheer de GrootDe Groninger archieven bevinden zich in stille zalen met zachtjes pratende mensen. Het is een nogal saaie omgeving. Maar de archieven zelf zijn enorm interessant!

Neem nou die systeemkaarten van verzetsbetrokkenen. Ook van mijn grootvader Binne is zo’n systeemkaart met zijn arrestatiedatum en de datum, plaats en oorzaak van overlijden. Wat voor mij het meest opvallende aan deze kaart is dat bij ‘verzetsgroep’ L.O. en Groep de Groot staat ingevuld.

De L.O. was een christelijke, vooral gereformeerde organisatie, maar Groep de Groot was een pacifistische socialistische verzetsgroep. Mijn overtuigd gereformeerde grootvader lid van deze groep? Dat moest wel een fout op de systeemkaart zijn, dacht ik.

Maar nee, Bettie Jongejan, voormalig coördinator van het OVCG (Stichting Oorlogs en Verzetscentrum Groningen) laat mij een ledenlijst van Groep de Groot zien, waar ook de naam van mijn grootvader op staat. Ze heeft er ook een verklaring voor. Volgens haar kon Binne via zijn onderwijsnetwerk met deze groep in contact zijn gekomen. Ook was deze groep al heel vroeg in de oorlog bezig met het onderbrengen van Joden en kon hij via hen aan extra bonkaarten komen. Dus toch!

                                                                                                                                                                                           Gerrit Boekhoven,

                                                                                                                                                                                           mijnheer de Groot, leider

wikipediapagina over Gerrit van Boekhoven                                                                                                                              van Groep de Groot


Heb je tips, ideeën of opmerkingen, mail me op ytje@drijfveren.info 



28 september 2016
Zelma Philips-StoppelmanWat een heerlijke nazomer! Erg geschikt om tussen het schrijven door op pad te gaan. Ik bracht een bezoek aan het dorpje Warffum, waar de familie van Dam vanaf 1845 tot 1928 woonde. Hun laatste huis aan de Hoofdstraat 31 bekeek ik van alle kanten.

In 1928 verhuisden ze uit dit huis naar de Spilsluizen 10a/10b in de stad Groningen. Niet ver van de Ernst Casimirlaan, waar mijn grootvader Binne met zijn kinderen en huishoudster tien jaar later, in 1938, neerstreek.


In Warffum leefde een kleine Joodse gemeenschap die bijna volledig uitgeroeid is in de Tweede Wereldoorlog. Op verschillende plaatsen, waaronder het Openluchtmuseum Het Hoogeland en de Joodse Begraafplaats, is in dit mooie dorp het Joodse verleden terug te vinden.

Jakob na de oorlog. Schoolfoto

Aan het einde van mijn wandeling door Warffum ging ik naar de Joodse Begraafplaats, die achter de algemene begraafplaats ligt. Het is een klein veld, waar tussen 1887 en 1942 29 mensen werden begraven. Na 1942 stierven 22 Joodse inwoners van Warffum in Auschwitz, Birkenau, Sobibor, Mauthausen en Westerbork.


Ik vond het heel indrukwekkend om de graven van Benjamin en Geertje van Dam en hun kleinzoon Jacob van Dam daar te zien. Alle drie onderduikers bij mijn grootvader Binne. Als het aan Hitler en de zijnen had gelegen, lag ook hun as verstrooid bij een vernietigingskamp.


                                                                                                                      (klik op de foto's om te vergroten)


Heb je tips, ideeën of opmerkingen, mail me op ytje@drijfveren.info 



1 september 2016

Siny

‘Er is een joods echtpaar waarvoor ik geen onderduikadres kan vinden,’ zei Jan Wisman in februari 1945 tegen zijn vrouw Alie. ‘Breng ze hier,’ zei zijn vrouw.

En zo kwam het dat Aalje en Aletta van Dam in februari 1945, kort na de arrestatie van mijn grootvader Binne, met Jan Wisman naar zijn huis liepen. ‘We hebben nog een joods meisje in huis,’ bereidde Jan hen onderweg voor, ‘ze is 15 jaar.’ ‘Dat zou Siny kunnen zijn,’ antwoordde Aalje hem.

Dit vertelde Siny Zendijk – Menco mij toen ze half augustus op bezoek kwam. Drie maanden zat ze samen met Aalje en Aletta ondergedoken aan het Hoendiep bij de familie Wisman. Het moet voor Aalje en Aletta erg spannend zijn geweest, want hoe ging het met hun zonen en hun ouders? ‘Ze waren allebei heel flink,’ vertelt Siny. Zo weet ze nog veel meer uit die tijd. Bijvoorbeeld dat Aletta de Frans – Canadezen bij de bevrijding in het Frans te woord stond. ‘Daar had ik als meisje van 15 veel respect voor.’

Het was een inspirerend bezoek van Siny. Samen gingen we nog naar de Joodse begraafplaats in Groningen. Daar liggen veel mensen die ze kent en door haar verhalen kregen deze mensen een gezicht. Indrukwekkend.


(klik op de foto's om te vergroten)

Met Siny Zendijk Ingang joodse begraafplaats Groningen Steentjes op de joodse graven Siny kwam helemaal uit Antwerpen

Heb je tips, ideeën of opmerkingen, mail me op ytje@drijfveren.info 




12 augustus 2016

Onderduiken was in oktober 1942 de enige mogelijkheid voor het gezin van Aalje en Aletta van Dam om de Tweede Wereldoorlog te overleven. Gelukkig vonden zij met de ouders van Aalje, hun nicht Rosa en de moeder van Aletta bij mijn grootvader Binne een veilig adres. Helaas zijn veel naaste familieleden, waaronder de vader en broer van Aletta, om het leven gebracht in concentratiekampen.


Hier vind je een tijdslijn met al deze vermoorde familieleden van Aalje en Aletta van Dam – Philips. Daartussen staan de belangrijkste data van hun onderduikperiode bij mijn grootvader. (Klik op het rechterpijltje.)


Deze tijdslijn laat zien dat gedurende de onderduik van de familie van Dam continu familieleden van hen gedood werden. Zij weten daar dan niets vanaf. Na een feestelijke bevrijding ontdekten ze dat al deze mensen niet terugkeerden, maar een gruwelijke dood stierven. Het moet een niet voor te stellen schok voor hen zijn geweest.


Moge zijn/haar ziel zijn in het verbond van het leven



Heb je tips, ideeën of opmerkingen, mail me op ytje@drijfveren.info 



7 juli 2016

‘We komen tegen half 10 thuis. Er is zoveel te beleven en te hooren’, schrijft boerin Dinie Clevering uit Warffum in haar dagboek op 24 april 1945. Het zijn de laatste spannende dagen van de oorlog, de stad Groningen is al bevrijd.

Op diezelfde dag in april schrijft ze: ‘We ontmoeten onderweg Alje van Dam die als jood met zijn ouders, zijn beide jongens, zijn vrouw en zijn schoonouders ondergedoken was en alles goed heeft doorstaan. Hij is hier dankbaar over. Doch is er niet door in een overmoedige stemming, daarvoor is het te ernstig en te wonderbaarlijk geweest.’

(Uit: Op en Om de terp, Warffum 65 jaar vrij)


(klik op de foto's om te vergroten)

Aalje en Aletta van Dam-Philips1948 Guyotplein Groningen Aalje en Aletta van Dam-Philips1948 Ossenmarkt Groningen


Oude berichten